De afgelopen maanden volgden de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt elkaar in hoog tempo op. De Wet meer zekerheid flexwerkers is definitief aangenomen. De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTTA) treedt over minder dan een half jaar in werking en stelt strengere eisen aan uitleners. Het aantal SNA-certificeringen neemt zichtbaar toe. En recentelijk is besloten dat vanaf 2028 het uitzendverbod in de vleessector van kracht zal gaan voor de primaire werkzaamheden.

Op zichzelf lijken dit losse ontwikkelingen. Maar wie uitzoomt, ziet iets anders. De spelregels op de arbeidsmarkt veranderen fundamenteel. De lat wordt hoger gelegd. Voor uitzendbureaus, voor opdrachtgevers én voor de branche als geheel.

Meer zekerheid voor werknemers, strengere kwaliteitseisen, meer transparantie en meer verantwoordelijkheid vormen steeds nadrukkelijker de nieuwe standaard. En eerlijk? Die beweging begrijpen én ondersteunen wij. Iedereen heeft recht op passend werk, eerlijke arbeidsvoorwaarden en een werkgever die zijn zaken op orde heeft. De afgelopen jaren hebben laten zien dat dit helaas niet overal vanzelfsprekend was. Dat vraagt om verandering. Tegelijkertijd vinden wij dat daarbij één belangrijke vraag niet uit het oog verloren mag worden. Hoe zorgen we ervoor dat de flex in flexwerk behouden blijft?

Flexibiliteit is niet ontstaan omdat werkgevers graag tijdelijke contracten aanbieden. Flexibiliteit bestaat omdat de praktijk daarom vraagt. Organisaties krijgen onder andere te maken met seizoenspieken, ziekte, projectmatig werk, onverwachte groei of juist krimp. Tegelijkertijd kiezen veel mensen bewust voor flexibel werk, omdat het aansluit bij hun studie, gezin, ondernemerschap of persoonlijke voorkeur.

Flexwerk is dus niet per definitie een probleem dat opgelost moet worden. Het is een arbeidsvorm die vraagt om kwaliteit, duidelijke afspraken en goed werkgeverschap. Wat ons betreft gaat de discussie daarom niet over méér of minder flex. De echte uitdaging is hoe we de kwaliteit van flexwerk blijven verhogen, zonder de flexibiliteit te verliezen die de Nederlandse arbeidsmarkt juist zo sterk maakt.

De ondergrens verschuift

De nieuwe wetgeving is bedoeld om misstanden verder tegen te gaan en werknemers beter te beschermen. Dat is een doel waar weinig discussie over zal bestaan. Maar goede wetgeving alleen maakt nog geen goede arbeidsmarkt.

Dat zien we bijvoorbeeld terug in de discussie rondom het aangekondigde uitzendverbod in de vleessector. Vrijwel iedereen is het erover eens dat misstanden hard moeten worden aangepakt. Tegelijkertijd klinkt vanuit de branche de oproep om vooral de partijen aan te pakken die bewust de regels overtreden, in plaats van de contractvorm zelf centraal te stellen. Met de WTTA krijgt de overheid straks juist een krachtig instrument in handen om malafide uitleners van de markt te weren. Daarmee verschuift de aandacht steeds meer van nieuwe regels naar betere handhaving.

Ook opdrachtgevers krijgen een andere rol

Met de invoering van de WTTA krijgen niet alleen uitzendorganisaties te maken met nieuwe verplichtingen. Ook opdrachtgevers krijgen steeds meer verantwoordelijkheid voor de partijen waarmee zij samenwerken. De keuze voor een uitzendpartner draait daardoor steeds minder uitsluitend om snelheid, capaciteit of tarief. Natuurlijk blijven dat belangrijke factoren. Maar ze vertellen nog maar een deel van het verhaal.

Steeds vaker wordt de vraag: heeft een partner haar processen aantoonbaar op orde? Investeert het uitzendbureau in goed werkgeverschap? Is zij voorbereid op de wet- en regelgeving van morgen? En kan zij flexibiliteit blijven bieden, zonder concessies te doen aan kwaliteit?

Juist daarom wordt het steeds belangrijker om verder te kijken dan alleen de prijs. Niet omdat prijs onbelangrijk is, maar omdat de kwaliteit áchter het tarief steeds bepalender wordt voor een duurzame samenwerking.

Die ontwikkeling zien we ook terug in de markt. De publieke inkoop van flexibele arbeid is het afgelopen jaar sterk gegroeid. Opvallend is dat organisaties steeds vaker kiezen voor inhuurmodellen waarin kwaliteit, compliance en risicobeheersing centraal staan. De markt beweegt zich zichtbaar richting een nieuwe standaard, waarin aantoonbare kwaliteit niet langer een onderscheidende factor is, maar een basisvoorwaarde.

Voor ons is dat geen nieuwe standaard

Veel van wat de komende jaren de norm wordt, is voor ons al jarenlang vanzelfsprekend. Wij werken volgens de normen van de ABU, zijn SNA– en SNF  gecertificeerd en investeren continu in goed werkgeverschap, transparante processen en kwaliteit. Niet omdat wetgeving ons daartoe verplicht, maar omdat wij geloven dat dit de basis is van een gezonde en toekomstbestendige flexmarkt.

Dat betekent óók dat wij blijven doen waar flexwerk sterk in is: snel kunnen opschalen wanneer opdrachtgevers daarom vragen, meebewegen met de praktijk én de flexibiliteit bieden die organisaties nodig hebben. Wij geloven namelijk niet dat opdrachtgevers hoeven te kiezen tussen flexibiliteit óf kwaliteit. De toekomst vraagt om partners die beide kunnen bieden.

De komende jaren worden bepalend

De discussie gaat inmiddels niet meer over óf de arbeidsmarkt verandert. Die verandering is al ingezet. De vraag is hoe wij daar als branche én als opdrachtgevers mee omgaan. Want de toekomst van de flexmarkt wordt wat ons betreft niet bepaald door méér regels of mínder regels. Zij wordt bepaald door de vraag of we erin slagen kwaliteit, goed werkgeverschap en flexibiliteit met elkaar te verbinden.

Dat vraagt iets van uitzendorganisaties. Maar ook van opdrachtgevers. In een markt waarin de ondergrens steeds verder omhoog gaat, wordt de keuze voor een uitzendpartner meer dan ooit een keuze voor continuïteit, betrouwbaarheid en kwaliteit.

Daarom geloven wij dat het tijd is om verder te kijken dan alleen de prijs. Niet omdat prijs geen rol meer speelt, maar omdat de kwaliteit achter het tarief steeds vaker bepaalt of een samenwerking ook op de lange termijn succesvol is. Want uiteindelijk is dat de basis voor een flexmarkt waarin werknemers goed worden beschermd, opdrachtgevers kunnen blijven rekenen op de flexibiliteit die zij nodig hebben en de branche als geheel sterker en toekomstbestendiger wordt.